Login / Aanmelden 0

Bestelling


Er zijn nog geen producten toegevoegd.

Bezoek de webshop om producten toe te voegen aan uw bestelling.

Is de Koran geopenbaard of geschapen door Allah?

Wat betekent het dat de Koran geen schepping is en hoe moeten wij als moslims hierin geloven?

Alle lof zij Allah.

De moslims zijn verplicht om te geloven in datgene wat Allah aan ons heeft geopenbaard en in datgene waar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) ons van op de hoogte heeft gebracht. Allah, de Verhevene, laat ons weten dat Hij spreekt. Zo zegt Allah (interpretatie van de betekenis):

“En wie is er waarachtiger in zijn woord dan Allah?”
(Hoofdstuk (4) an-Nisaa’, vers 87)

“En wiens woorden zijn waarachtiger dan (die van) Allah?”
(Hoofdstuk (4) an-Nisaa’, vers 122)

Deze twee bovengenoemde verzen zijn het bewijs voor het feit dat Allah spreekt, dat Zijn Woorden waarachtig zijn en dat er geen sprake kan zijn van een leugen in Zijn Woorden. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“En (gedenk) wanneer Allah zal zeggen: “O cIesa, zoon van Maryam,”
(Hoofdstuk (5) al-Maa’idah, vers 116)

Dit vers laat zien dat Allah spreekt en dat Zijn Spraak gehoord kan worden. Zijn Spraak heeft dus geluid en bestaat uit woorden en zinnen. Het bewijs dat de Spraak van Allah uit letters bestaat, kunnen wij uit het volgende vers halen waarin Allah tegen Moesa zegt (interpretatie van de betekenis):

“O Moesa. Waarlijk, Ik ben jouw Heer.”
(Hoofdstuk (20) Taa-Haa, vers 11-12)

Deze woorden bestaan uit letters en zijn onderdeel van de Spraak van Allah. En het bewijs voor het feit dat de Spraak van Allah geluid heeft, kunnen wij vinden in het volgende vers (interpretatie van de betekenis):

“En Wij riepen hem (Moesa) vanuit de rechterzijde van (de berg) Toer. En Wij brachten hem dicht bij (Ons) om zachtjes met hem te spreken.”
(Hoofdstuk (19) Maryam, vers 52)

Het roepen en het spreken, kan alleen plaatsvinden door middel van geluid.
(Sharh Loemcat ul- Ictiqaad door Sheikh Ibn ul-cOethaymien, blz. 73)

Ahl us-Soennah wal-Djamaacah geloven dan ook dat Allah werkelijk spreekt. Allah doet dit (het spreken) wanneer en hoe Hij dat wil, en met wie Hij dat wil. Het spreken van Allah gebeurt door middel van letters en geluid, maar dit is niet te vergelijken met de spraak van de schepselen. Het bewijs dat de Spraak van de Schepper niet te vergelijken is met de spraak van de schepselen, is te halen uit het volgende vers (interpretatie van de betekenis):

“Niets is aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende.”
(Hoofdstuk (42) ash-Shoera, vers 11)

Het is dus al van begin af aan bekend dat dit de geloofsovertuiging is van Ahl us-Soennah wal-Djamaacah. Ahl us-Soennah wal-Djamaacah geloven dat de Koran het Woord is van Allah, en een van de bewijzen voor deze overtuiging is te halen uit het volgende vers (interpretatie van de betekenis):

“En als iemand van de veelgodenaanbidders bescherming bij jou zoekt, bescherm hem dan, totdat hij het Woord van Allah hoort.”
(Hoofdstuk (9) at-Tawbah, vers 6)

Met het Woord van Allah wordt de Koran bedoeld, hier zijn alle geleerden het over eens. Het feit dat Allah hier ‘Woord’ toeschrijft aan Zichzelf, geeft aan dat de Koran Zijn Woord is.

De geloofsovertuiging van Ahl us-Soennah wal-Djamaacah is dat de Koran het Woord van Allah is dat geopenbaard is en niet is geschapen. De Koran is afkomstig van Hem en zal terugkeren naar Hem. Het bewijs dat de Koran is geopenbaard, is terug te vinden in vele verzen, waaronder de volgende (interpretatie van de betekenis):

“De maand Ramadan is het (d.w.z. de maand) waarin de Koran werd neergezonden.”
(Hoofdstuk (2) al-Baqarah, vers 185)

“Voorwaar, Wij hebben het (d.w.z. de Koran) neergezonden in de nacht van de Verhevenheid.”
(Hoofdstuk (97) al-Qadr, vers 1)

“En wanneer Wij een Vers vervangen door een ander Vers (uit de Koran), en Allah is beter op de hoogte van wat Hij neerzendt, (dan) zeggen zij: “Jij (o Mohammed) bent slechts iemand die leugens verzint.” Welnee! Maar de meesten van hen weten (het) niet. Zeg (o Mohammed): “Roeh ul-Qoedoes (Gabriël) heeft het (d.w.z. de Koran) van jouw Heer met de Waarheid neergezonden, om degenen die geloven te verstevigen (in hun geloof), en als Leiding en verheugende Tijding voor de moslims.” En voorzeker, Wij weten dat zij (d.w.z. de ongelovigen) zeggen: “Het is slechts een mens die hem (Mohammed) onderwijst.” De taal van degene naar wie zij verwijzen is niet-Arabisch, terwijl dit (d.w.z. de Koran in) een duidelijke Arabische taal is (geopenbaard).”
(Hoofdstuk (16) an-Nahl, vers 101-103)

Het bewijs dat de Koran niet is geschapen is te vinden in het volgende vers (interpretatie van de betekenis):

“Weet dat de schepping en het Bevel aan Hem toebehoren.”
(Hoofdstuk (7) al-Acraaf, vers 54)

Allah maakt hier duidelijk dat de schepping en het Bevel (van Allah) niet hetzelfde zijn. Omdat Bevel apart wordt genoemd naast de schepping kan er worden geconcludeerd dat Bevel een andere betekenis heeft dan de schepping. De Koran is een onderdeel van het Bevel, dit wordt duidelijk gemaakt in het volgende vers (interpretatie van de betekenis):

“En zo openbaarden Wij aan jou een Ziel (d.w.z. de Openbaring) op Ons Bevel. Jij wist niet wat het Boek inhield, noch (wat) het geloof (inhield), maar Wij hebben het (d.w.z. deze Koran) tot een Licht gemaakt waarmee Wij van Onze dienaren leiden wie Wij willen.”
(Hoofdstuk (42) ash-Shoera, vers 52)

Als de Koran onderdeel is van het Bevel, wat duidelijk iets anders is dan de schepping, dan is de conclusie die hieruit getrokken kan worden dat de Koran niet is geschapen. Als de Koran namelijk zou zijn geschapen, dan zou het maken van onderscheid tussen beide categorieën (de schepping en het Bevel) onjuist zijn. Dit is het bewijs dat vanuit de Koran wordt geleverd.

Wanneer men vanuit de ratio beredeneert, dan is de Koran het Woord van Allah en geen schepping van Allah. Woorden kunnen niet uit zichzelf ontstaan, waardoor het woord iets is wat niet op zichzelf staat en inherent is (aan een spreker). Wanneer woorden op zichzelf zouden staan en afzonderlijk van de spreker zouden bestaan, dan zouden wij kunnen zeggen dat deze woorden zijn geschapen. Woorden zijn echter een eigenschap van de spreker. Als woorden een eigenschap zijn van de spreker en de Woorden door Allah zijn uitgesproken, dan zijn deze Woorden niet geschapen omdat de Eigenschappen van Allah niet zijn geschapen.
(Sharh ul-cAqiedat ul-Waasitiyyah, boekdeel 1, bladzijden 418, 426 en 441)

Wij dienen dit te geloven en hier overtuigd van te zijn. Wij dienen de betekenissen van de Koran niet te veranderen, want deze geven duidelijk aan dat de Koran een Openbaring is van Allah. Imam at-Tahhaawie heeft daarom gezegd: “De Koran is het Woord van Allah dat afkomstig is van Hem in de vorm van spraak. Het is voor ons niet nodig om de hoedanigheid van deze vorm van spraak te weten. Hij heeft het neergezonden aan Zijn Boodschapper door middel van de Openbaring. De gelovigen geloven dat het de waarheid is, zij zijn ervan overtuigd dat de Koran werkelijk het Woord van Allah is en dat het niet is geschapen zoals de woorden van de mensen. Wie de Koran hoort en beweert dat het de woorden zijn van mensen is een ongelovige, nadat hij is vermaand en voor de Hel is gewaarschuwd. Allah heeft het volgende hierover gezegd (interpretatie van de betekenis):

“Ik zal hem het hete Vuur doen binnentreden.”
(Hoofdstuk (74) al-Moeddatthir, vers 26)

Zo waarschuwt Allah degenen ook met de Hel die zeggen:

“Dit is niets anders dan het woord van een mens.”
(Hoofdstuk (74) al-Moeddatthir, vers 25)

Wij weten en zijn er zeker van dat de Koran het Woord is van de Schepper van de mensheid, en het is niet te vergelijken met de spraak van de mensen.
(Sharh ul-cAqiedat ut-Tahhaawiyyah: blz. 179)

Sheikh Mohammed Saalih al-Moenaddjid

Alle opbrengsten van de webshop van DeKoran.nl worden gebruikt om de kosten te dekken en huidige en toekomstige projecten te bekostigen.
© 2013 - 2017 DeKoran.nl | alle rechten voorbehouden